In 1971 voerde professor Zimbardo aan de Universiteit van Stanford een psychologisch experiment uit dat erg bekend is geworden en zelfs is verfilmd. In een indrukwekkend Duitse film, genaamd Das Experiment, wordt duidelijk hoe het experiment verliep.
De psycholoog wilde in een onderzoek nabootsen wat de psychische effecten waren van detentie in een gevangenis. Daarvoor verdeelde hij proefpersonen in twee groepen: gevangenbewaarders en gevangen. Al binnen een week liep het experiment uit de hand omdat de groep gevangenen vernederd en gekleineerd werd en de groepen elkaar te lijf gingen.
Het zogenaamde Stanford Prison Experiment laat zien hoe mensen geneigd zijn om zich aan te passen aan een groep en een rol. Maar het laat ook zien hoe makkelijk mensen daarbij overgaan tot fysiek geweld.
Wat dat betreft verschillen mensen maar nauwelijks van dieren. Want mensen doen soms onmenselijke dingen. We kennen de beelden allemaal, beelden van Abu Ghraib, of, zoals meer recentelijk, dat filmpje waarin Amerikaanse soldaten de dode lichamen van slachtoffers onteren in Afghanistan. Of je nu Moslim, Christen of atheïst bent, het blijft onmenselijk, dierlijk.
Hoewel, misschien is dat soms zelfs wel een belediging voor dieren, want heel veel diersoorten gaan veel vreedzamer met elkaar om dan de mens met zijn eigen soort en zijn wereld.
Deze mensenwereld kan soms een wildernis zijn. Een wildernis, omdat we ons onmenselijk, dierlijk gedragen. Een wildernis, omdat onze wereld, die wij normaal gesproken beschaafd en ontwikkeld noemen, kan ontaarden in een woest strijdtoneel waarin alleen het recht van de sterkste nog geldt. Als een mens niet meer in liefde voor een ander leeft, blijft er alleen wildernis over.
“Luid klinkt een stem in de wildernis,” zegt het begin van het Markusevangelie. Nou ja, niet helemaal, want de NBV zegt letterlijk “woestijn”. Een woord dat ook vertaald kan worden met “eenzame plaats” of “woestenij” of ook “wildernis”. Als je dan tenminste maar niet denkt aan de jungle van Peru, maar aan de wildernis van Palestina…
Of aan de wildernis zoals ik die zojuist schetste. Een menselijke wildernis waarin een mens eigenlijk geen mens meer kan zijn.
“Luid klinkt een stem in de wildernis.” Een stem die roept: “het kan ook anders!” Een stem die een mens tot leven roept. Een stem die roept: “dit is niet hoe God de mens bedoeld heeft!” Een stem die roept: “God heeft jullie bijna goddelijk gemaakt.” Een stem die roept: “dit is niet de weg van de HEER!”
Die stem hoort de evangelist uit de mond van Johannes de Doper.
Johannes is een vreemd mens. Want waar de meeste mensen uit de wildernis weg hopen te trekken naar de beschaving, maakt hij juist de omgekeerde beweging. “Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging”, vertelt Markus. Johannes de Doper trekt zich niet terug uit de wildernis, maar gaat er juist naar toe. Johannes gaat de wildernis in omdat hij de wildernis in mensen aan de kaak wil stellen. Hij is kritisch op de onmenselijkheid van mensen. Hij bekritiseert hun dierlijke gedrag.
Niet voor niets gaat hij de wildernis in. Niet voor niets is hij gekleed in een ruwe mantel van kamelenhaar. Niet voor niets eet hij sprinkhanen en wilde honing.
Hij leeft waar de dieren leven! Hij ziet eruit zoals de dieren eruit zien! Hij eet zoals de dieren eten!
En alle inwoners van de beschaafde wereld, van Judea en Jeruzalem, trekken naar hem toe in de woestijn. Ze trekken de wildernis in die de wildernis van hun eigen leven symboliseert. En daar horen ze Johannes zeggen dat ze zich moeten omkeren. Dat ze zich moeten bekeren. “Mens, kom uit de wildernis!”, zegt Johannes tegen zijn hoorders.
“Luid klinkt een stem in de wildernis.” Gelukkig maar, dat er mensen zijn die luid roepen dat het anders kan. Gelukkig maar, dat er mensen zijn die woordeloos en stilzwijgend laten zien dat de mens niet als de dieren hoeft te leven. Gelukkig maar dat er mensen zijn die oprecht, onzelfzuchtig voor de ander leven. Deze wereld zou een wildernis zijn zonder zulke mensen.
Maar dit verhaal heeft nog meer te vertellen. De inwoners van Judea en Jeruzalem zijn niet de enige die de wildernis intrekken naar Johannes. Ook Jezus gaat naar Johannes en laat zich door hem dopen. Zodra Hij gedoopt wordt, scheurt de hemel open. Een groter contrast laat zich niet denken: in de wildernis van deze mensenwereld laat zich de hemel zien. Het verhaal wil duidelijk maken dat Jezus in onze menselijke wildernis van Godswege iets nieuws komt doen. Maar diegene die komt in de naam van de HEER maakt geen glansrijke triomftocht door onze wereld.
Hij wordt door de Geest direct de wildernis ingedreven waar Hij veertig dagen verblijft. En waar ook Hij verleid wordt om als de dieren te leven. Maar in de wildernis houdt deze Mens de hemel gaande. Te midden van de wilde dieren zorgen de hemelse engelen voor hem.
Zo symboliseert Johannes de wildernis. En zo symboliseert Jezus Christus een weg uit de wildernis.
Deze Jezus Christus wil ook in onze wildernis komen. En hij kan het daar uithouden. 40 dagen, 40 jaar, onze hele leven. En zo mogen wij in hem onze wildernis te boven komen.
Hoi Jan,
wat een geweldig mooi stuk! Soms kan een enkele zin er echt uitspringen en dat is ook zo in dit stuk. Deze zin: ‘Maar in de wildernis houdt deze Mens de hemel gaande.’ vind ik echt geweldig. Dank!